Home/Blog /GEO vs SEO: de verschillen, de overlap en wat je eerst doet

GEO vs SEO: wat is nu écht anders?

Als je GEO-verhalen leest, lijkt het alsof SEO dood is en je opnieuw moet beginnen. Dat is onzin. Maar er zijn wél een paar punten waarop GEO fundamenteel anders werkt — en juist die punten worden zelden concreet gemaakt. Hier zet ik ze naast elkaar: wat overlapt, wat afwijkt, hoe je het meet en in welke volgorde je het aanpakt.

Even eerlijk vooraf

De vraag "wat is GEO" beantwoord ik uitgebreid in de volledige uitleg over Generative Engine Optimization. Maar de vraag die daarna komt is interessanter en veel lastiger: moet ik nu iets anders gaan doen dan SEO? In onze eigen Search Console zie ik dat mensen letterlijk zoeken op "geo seo" — de combinatie, niet de losse termen. Mensen willen weten hoe die twee zich tot elkaar verhouden.

Het korte antwoord: je gooit niets weg. GEO is geen vervanger van SEO en ook geen los kanaal met een eigen budgetregel. Het is grotendeels hetzelfde fundament, met een paar aanpassingen die er wél echt uit springen.

En meteen het eerlijke deel: dit vakgebied is nieuw. Er is nog geen algemeen geaccepteerde meetmethode, geen ranking-tool die je kunt vertrouwen en geen bureau dat je harde garanties kan geven. Wie dat wel belooft, verkoopt lucht. Wat ik hieronder schrijf is deels vaststaand (hoe crawlers werken, wat je technisch kunt controleren) en deels mijn eigen inschatting op basis van hoe ik zelf sites bouw. Ik geef aan wat wat is.

Het echte verschil in één alinea

SEO gaat over gevonden worden in een lijst. Je concurreert om een plek tussen tien resultaten, en de gebruiker klikt zelf. GEO gaat over genoemd worden in een antwoord. Een taalmodel bouwt een antwoord op uit bronnen die het vertrouwt en begrijpt, en noemt daarbij twee of drie bedrijven. De gebruiker klikt vaak niet meer — die leest het antwoord en gaat door.

Dat ene verschil verklaart bijna alle andere. Want in een lijst bestaat positie zeven nog. In een antwoord bestaat positie zeven niet. Je zit erin of je zit er niet in. En omdat een model een antwoord samenstelt in plaats van sorteert, wordt het belangrijker dat je informatie eenduidig, feitelijk en los citeerbaar is dan dat je pagina op precies het juiste zoekwoord is geoptimaliseerd.

SEO en GEO naast elkaar gelegd

Het meest bruikbare overzicht dat ik kan geven, punt voor punt:

  • Eenheid van succes. SEO: een positie en een klik. GEO: een vermelding of citatie in een gegenereerd antwoord.
  • Wie beslist. SEO: een algoritme dat pagina's rangschikt. GEO: een taalmodel dat bronnen selecteert, samenvat en soms combineert.
  • Zoekgedrag. SEO: korte zoekwoorden ("webdesigner Enschede"). GEO: hele vragen met context ("welk bureau kan een tweetalige B2B-site bouwen voor een machinebouwer in Twente?").
  • Concurrentie. SEO: tien plekken op pagina één. GEO: doorgaans twee tot vier genoemde bedrijven. Geen pagina twee.
  • Doorlooptijd. SEO: weken tot maanden. GEO: wisselend. Live zoekende systemen zoals Perplexity of ChatGPT-search pikken nieuwe content vaak snel op; kennis die in het model zelf zit, verandert pas bij een nieuwe trainingsronde.
  • Meetbaarheid. SEO: Search Console, redelijk betrouwbaar. GEO: fragmentarisch, deels handwerk. Daarover verderop meer.
  • Contentvorm. SEO: pagina's rond zoekwoorden. GEO: passages die op zichzelf een compleet antwoord vormen.

Wat hetzelfde is (en dus dubbel oplevert)

Dit is het deel dat in GEO-verkooppraatjes graag wordt weggelaten: het grootste deel van het werk is identiek aan goede SEO. Mijn eigen inschatting — geen onderzoek, gewoon hoe het in de praktijk uitpakt — is dat drie van de vier maatregelen voor beide kanalen werken.

  • Crawlbaarheid. Een pagina die Google niet kan lezen, kan ClaudeBot ook niet lezen. Server-side gerenderde HTML, geen inhoud die alleen na een klik verschijnt, geen content die achter zware JavaScript zit.
  • Snelheid en techniek. Trage sites worden slechter gecrawld. Door beide.
  • Duidelijke structuur. Logische koppen, één onderwerp per pagina, interne links met beschrijvende ankertekst.
  • Structured data. Organization-, LocalBusiness-, FAQ- en Article-schema helpen zoekmachines én modellen om te begrijpen wat er staat.
  • Autoriteit en vermeldingen. Genoemd worden op vakmedia, in branchegidsen, op partnersites en in reviews telt voor beide.
  • Inhoudelijke diepgang. Content die een vraag echt beantwoordt wint in Google én in een AI-antwoord.

Kortom: als je basis-SEO nog niet op orde is, is GEO geen apart project. Dan is het gewoon je volgende stap in hetzelfde project.

Wil je weten waar je nu staat?

Met onze gratis AI-vindbaarheidstest zie je in een paar minuten of AI-modellen je site kunnen lezen, of je informatie eenduidig is en waar de grootste gaten zitten. Geen inschrijving, gewoon een eerlijk rapport.

Wat écht anders is bij GEO

Nu het kwart dat afwijkt. Dit zijn de punten waar je bij klassieke SEO niet of nauwelijks over nadenkt.

1. AI-crawlers zijn aparte bots die je apart kunt blokkeren

GPTBot en OAI-SearchBot (OpenAI), ClaudeBot (Anthropic), PerplexityBot en Google-Extended zijn eigen user-agents. Veel MKB-sites blokkeren die onbewust, omdat een security-plugin of hostingpartij "onbekende bots" standaard weert. Je Google-rankings merken daar niets van — je AI-vindbaarheid is dan simpelweg nul. Check je robots.txt, en check ook de instellingen van je plugins.

2. Eén consistente entiteit is belangrijker dan zoekwoorddichtheid

Een model plakt een beeld van jouw bedrijf samen uit je site, je Google Bedrijfsprofiel, LinkedIn, de KvK en branchesites. Spreken die bronnen elkaar tegen — drie verschillende omschrijvingen, een oud adres, een verouderde bedrijfsnaam — dan wordt het model onzeker. En onzekerheid leidt niet tot een lagere positie, maar tot niet genoemd worden.

3. Passages moeten los overleven

Bij SEO stuur je iemand naar een pagina en leest die het geheel. Bij GEO wordt één alinea uit zijn verband gerukt en in een antwoord verwerkt. Dus: geen "zoals hierboven beschreven", geen conclusies die vijf paragrafen opbouw nodig hebben. Begin met het antwoord, zet het getal of de prijs in dezelfde zin, en maak van je koppen letterlijke klantvragen.

4. Vermeldingen zonder link tellen mee

Een taalmodel heeft geen linkjuice nodig. Als jouw bedrijfsnaam in de juiste context op een vakwebsite, forum of in een vergelijkingsartikel staat, is dat bruikbaar signaal — ook zonder hyperlink. Dat maakt PR, vakmedia en genoemd worden in discussies relatief belangrijker dan bij traditionele linkbuilding.

5. Er is een extra bestand: llms.txt

Een tekstbestand op jouwdomein.nl/llms.txt met een feitelijke samenvatting van je bedrijf. Geen officiële standaard, dus geen garantie — maar het kost een uur en het kan niet tegen je werken. De praktische uitvoering staat in mijn stappenplan GEO voor MKB.

Meten: hier wordt het rommelig

Dit is het punt waarop ik het minst kan beloven, en waar je bij aanbieders het scherpst moet doorvragen. Er bestaat geen Search Console voor ChatGPT. Wat je wél kunt doen:

  1. Verwijzend verkeer bekijken. In je analytics zie je bezoekers met chatgpt.com, perplexity.ai of gemini.google.com als bron. Dat zijn de mensen die na een AI-antwoord alsnog doorklikken. Kleine aantallen, maar vaak opvallend goed geïnformeerd.
  2. Serverlogs of crawl-statistieken checken. Kwamen GPTBot, ClaudeBot en PerplexityBot langs, en op welke pagina's? Dit is het enige harde bewijs dat je überhaupt gelezen wordt.
  3. Handmatig prompts testen. Bedenk tien vragen die een klant zou stellen en stel ze elke maand in twee of drie AI-tools. Noteer welke bedrijven genoemd worden. Onwetenschappelijk, maar wel de enige directe blik op de uitkomst.

Belangrijk: antwoorden van taalmodellen variëren per keer, per gebruiker en per land. Eén keer wel genoemd worden is geen bewijs van succes; één keer niet genoemd worden is geen bewijs van falen. Kijk naar de trend over maanden, niet naar losse tests.

In welke volgorde pak je het aan?

Als ik één advies mag geven over prioriteit, is het dit: werk van fundament naar franje. In deze volgorde krijg je het meeste resultaat per uur.

  1. Techniek en toegang. Kan een crawler je content lezen zonder JavaScript? Zijn AI-bots toegestaan? Is je site snel? Dit werkt voor SEO en GEO tegelijk.
  2. Eén eenduidige identiteit. Dezelfde bedrijfsnaam, omschrijving, adres en dienstenlijst op je site, Google Bedrijfsprofiel, LinkedIn en KvK. Plus Organization- of LocalBusiness-schema in de code.
  3. Content herschrijven als antwoorden. Neem je vijf belangrijkste pagina's en zet per kop één klantvraag met het antwoord direct eronder. Concrete getallen in plaats van "scherp geprijsd". Bij ons staat daarom letterlijk op de pagina over een B2B-website laten maken wat het kost en hoe lang het duurt.
  4. Bewijs en vermeldingen. Cases, cijfers, reviews, genoemd worden bij derden.
  5. De extra's. llms.txt, FAQ-schema, meetopzet.

Merk op dat stap 1 tot en met 4 gewoon goede SEO zijn. Dat is precies het punt van dit artikel.

Wat je vooral niet moet doen

  • SEO stoppen. Google is nog met grote afstand het belangrijkste kanaal voor de meeste B2B-bedrijven. AI-antwoorden groeien, maar vervangen dat niet op korte termijn.
  • Een "GEO-pakket" kopen zonder te weten wat erin zit. Vraag altijd: welke concrete wijzigingen voer je door, en hoe rapporteer je effect? Kan iemand daar geen helder antwoord op geven, dan koop je een nieuwe naam voor bestaand werk.
  • Garanties accepteren. Niemand kan garanderen dat ChatGPT jouw naam noemt. Dat hangt af van modelversies, prompts en systemen waar geen leverancier bij kan.
  • AI-bots blokkeren uit angst voor "contentdiefstal". Dat is een legitieme afweging voor uitgevers die van artikelverkoop leven. Voor een MKB-bedrijf dat opdrachten wil, is het meestal jezelf onzichtbaar maken.
  • Honderd AI-gegenereerde pagina's publiceren. Volume zonder eigen kennis, cijfers of voorbeelden voegt niets toe. Modellen citeren juist het specifieke: prijzen, doorlooptijden, keuzes, nadelen.
  • Een aparte "AI-pagina" maken. GEO is een eigenschap van je hele site, geen los onderdeel.

Conclusie

GEO tegenover SEO zetten is een verkeerde vraagstelling. Je bouwt één fundament met twee uitgangen: een lijst met links en een gegenereerd antwoord. Wat je moet weten:

  • Het grootste deel overlapt: crawlbaarheid, snelheid, structuur, structured data, autoriteit en inhoudelijke diepgang werken voor beide.
  • Het echte verschil: in een lijst bestaat positie zeven, in een antwoord niet. Je wordt genoemd of je bestaat niet.
  • Vijf punten wijken af: aparte AI-crawlers, één consistente entiteit, losstaand citeerbare passages, vermeldingen zonder link, en llms.txt.
  • Meten kan, maar rommelig: verwijzend verkeer, crawlerlogs en maandelijkse handmatige prompttests. Kijk naar trends, niet naar losse uitkomsten.
  • Volgorde: techniek, dan identiteit, dan content als antwoorden, dan bewijs, dan extra's.
  • Niet doen: SEO stopzetten, garanties geloven, AI-bots blindelings blokkeren of bulk-content produceren.

Wil je eerst de theorie onder deze vergelijking? Die staat in Wat is GEO. Wil je meteen aan de slag? Begin met het praktische stappenplan voor MKB.

Vindbaar in Google én in AI

Eén fundament, twee kanalen

Ik bouw B2B-websites die technisch schoon zijn, feitelijk schrijven en structured data goed hebben staan — de basis voor zowel Google als AI-zoekmachines. Vaste prijs, live in 2-4 weken. Even sparren over waar je nu staat? Ik reageer binnen één werkdag.

Plan een gesprek
Terug naar het blog